Dacht je dat verdorie nou echt?!

Dat er géén dag zou komen waarop ik dat a-sociale gedrag van je gewoon niet langer meer over mijn kant zou laten gaan? Dat ik maar zou blijven slikken, schouders ophalen, negeren en denken: “Kom op Mies, niet op letten  er zal een goede reden zijn voor haar gedrag. Negeer die venijnige blik, draaiende ogen en die lichaamstaal die schreeuwt ‘Ik mot jou niet!’.

De vraag ‘May I have another cappuccino’ bleef steevast onbeantwoord. Op hele slechte dagen kon zelfs een knikje met het hoofd er niet eens vanaf. En slechte dagen, nou die had je genoeg!

Nee, kom op zeg: zo naïef kun je toch niet hebben gedacht?!

OK, het spijt me!

Het spijt me dat ik je elk half-uur liet opstaan om een weer een nieuwe bak cappuccino te maken en óók nog eens af te leveren aan mijn tafeltje. Ik wéét het, ik zag het: dat was niet gemakkelijk voor je.  Sorry, maar ik dacht écht en oprecht dat het erbij hoorde.

Het spijt me dat ik juist jouw werkplek heb uitgekozen om mijn ontbijt weg te werken. Het spijt me ook dat ik vervolgens een paar uur bleef hangen om mijn werk te doen. Ik weet dat een cafe daar niet voor bedoeld is, maar WTF: denk je nou echt  dat je baas die zeven borden met ‘FEE WIFI’ voor de lol op heeft gehangen?

Nee kanjer!

Die gratis WIFI is er niet zodat jij je dagelijkse soapserie op je smartphone kan bekijken! Ja inderdaad: die serie met die belachelijke stemmetjes. Ik ken ze allemaal, want het geluid stond zo hard, dat ik het zelfs vanuit mijn hotelkamer tegenover het cafeetje kon horen.

En dus was daar eindelijk het moment

Nadat je voor de zoveelste keer die vuile blik liet zien, geen antwoord op mijn ‘May I have another cappuccino’ had gegeven en gewoon als een melaatse weg was gelopen, besloot ik dat het genoeg was.

Natuurlijk zou het me geen enkele moeite hebben gekost om de situatie tot in den treuren te dramatiseren, maar ik vond dat ik mijn punt had gemaakt. 

Ik stond op en liep naar de bar waar jij inmiddels bezig was aan die verdomde bak koffie. ‘Excuse me’, kreeg ik nog net mijn opgezette strot uit: ‘Is it really that difficult to give a decent answer when I order?’

Met je inmiddels overbekende venijnige blik keek je me aan en zei niets.

Well, is it?‘, drong ik aan.

I will bring it‘, was het antwoord waar ik het mee kon doen en het ook mee deed. Natuurlijk zou het me geen enkele moeite hebben gekost om de situatie tot in den treuren te dramatiseren, maar ik vond dat ik mijn punt had gemaakt.  Ik liep terug naar mijn tafeltje en hervatte mijn werk.

Dat was nou super aardig van je!

Wat er daarna gebeurde had ik in mijn stoutste dromen niet kunnen bedenken. Nadat je mijn bestelling op identieke wijze had afgeleverd, liep je naar achteren, hoorde ik je op scheldende toon iets in het Khmer tegen je collega brabbelen om je vervolgens bepakt met tas, wat papieren en je scooterhelm het cafeetje uit te zien banjeren.

Om je vervolgens nooit meer te zien!

Gewoon nooit meer! Niet de volgende dag en niet de week erop. Nadat ik ruim een maand later afkickverschijnselen van je venijnige blikken begon te vertonen, wist ik het zeker: die komt nooit meer terug!

En dat spijt me he-le-maal niks!

Want ALS het al zo is, dat ik de oorzaak ben van je plotselinge vertrek, dan is dat volkomen terecht. Sterker nog: ik heb je voormalig werkgever een behoorlijke dienst gedaan!

Het meisje dat namelijk door jouw vertrek een baantje heeft gevonden (wat in Cambodja niet makkelijk is) doet haar werk alsof het haar missie in het leven is. Na drie dagen hoefde ik niet meer te vragen om die cappuchino. Bij het binnenwandelen van het cafe, wandelde ze steevast vrolijk op me af: ‘One cappuccino with extra sugar, sir?‘.

Kijk zo kan het ook!

Ik weet natuurlijk niet zeker of mijn belerende interventie de echte oorzaak was van je vertrek. Maar ik schat voorzichtig in dat ik de druppel van de emmer was.

ik hoop dat je iets gevonden hebt, waar je gewoon helemaal je chagrijnige zelf kunt zijn.

Ik weet niet waar je bent en hoe je nu je inkomen bij elkaar sprokkelt, maar geloof het of niet: ik hoop dat ook jij een nieuw baantje hebt kunnen vinden. Niet uit medelijden of zo, maar gewoon omdat ik iedereen een baan toe wens: zelfs de minder gezellige, vriendelijke en sociale onder ons.

Laat het echter alsjeblieft niet weer een baan in een cafe, restaurant zijn. Alles is prima, behalve een baan waar je te krijgt met zeikerds zoals ik. Mensen die maar eten en drinken blijven bestellen, dat je vervolgens ook nog eens helemaal vanuit de bar of keuken naar hun tafel moet brengen.

Nee, ik hoop dat je iets gevonden hebt, waar je gewoon helemaal je chagrijnige zelf kunt zijn. Ergens waar niemand anders in de buurt is. Waar je geen antwoord hoeft te geven op allerlei ingewikkelde vragen van gasten. Waar je gewoon de godganse dag  je werk kunt combineren met het bekijken van je favoriete Cambodjaanse soap serie.

Chronisch chagrijnige serveerster uit Siem Reap, het gaat je goed!

ជាមួយនឹងការឱបរឹងមាំ
Michel Minnebreuker