Getoonde foto is niet van de bewuste straatjongen in onderstaand verhaal.

Het was een fantastische avond in Siem Reap tijdens het Khmer Nieuwjaar. Met duizenden tegelijk werd er feest gevierd, gelachen, gegeten en met water gegooid. En natuurlijk deed ik vrolijk mee! Geen  onvertogen woord te horen, geen dronkelap te ruiken en geen ruzie te zien, kortom; een superavond!

En plotseling wandelde jij die avond binnen…

Nog geen meter hoog, misschien een jaar of 10. Je lichaam verstopt in versleten jeans en een smerig grijs T-shirt dat minstens 4 maten te groot  was. Op blote voeten sleepte je een grote, vrijwel lege tas achter je aan. Zo af en toe ging de zak open om er een lege plastic fles in te werpen die je uit het straatafval viste dat was achtergelaten door de feestende menigte.

Ik bleef staan, gaf mijn collega-backpacker Sarah een por en gaf een knik met mijn hoofd in jouw richting. Ik voelde me even niet meer in een feeststemming, kon even niet meer lachen en de vrolijke geluiden van de feestvierende massa, verdwenen naar de achtergrond. De brok in mijn keel wist ik met veel moeite weg te slikken.

Allerlei vragen schoten me te binnen

‘Wat doe je hier? Waarom ben je niet aan het feesten?  Waar zijn je slippers? Is dat je enige T-shirt? Hoeveel flessen heb je nodig om die hele zak te vullen en wat levert dat uiteindelijk op?”

Geen enkele vraag zou beantwoord worden….

Na een seconde of tien begint Sarah weer te lopen en met tegenzin slof ik achter haar aan. In mijn hoofd doemen meer vragen op en voor het gemak voorzie ik ze zelf maar van het meest aanvaardbare antwoord.

Je zal best al feest hebben gevierd, samen met je vriendjes of  familie. Waarschijnlijk eerder op de dag, toen de straat nog niet bezaaid was met lege plastic flessen en er dus weinig te verdienen was. Je hebt gewacht tot het juiste moment en dat is nu. Geen tijd meer om te lachen en te spelen: net als ieder ander mens moet ook jij voor brood op de plank zorgen. Dat je pas een jaar of tien bent, op straat leeft, niet naar school gaat en jouw jeugdjaren langzaam aan je voorbij ziet trekken terwijl je plastic flessen verzamelt, is een keiharde realiteit.

“Wait” riep ik naar Sarah

Ik draaide me om en terwijl ik jouw richting op liep viste ik wat Cambodjaans geld uit mijn broekzak. Jou daar zomaar tussen die duizenden feestvierende mensen achterlaten, zonder ook maar een teken van empathie te tonen, zou gevoelsmatig tegen het barbaarse aan zijn.

Met wat finke passen sta ik opeens voor je. Vanuit de diepte kijken jouw gitzwarte ogen me vragend en iets wat bevreesd aan. Met een zacht ‘Haakun’ (dankjewel)  accepteer je mijn gift en vervolg je jouw weg. Het geld verdwijnt in je broekzak, beschermd door dat smerige oversized T-shirt. Ik kijk je nog een paar seconden na en in gedachte spreek ik de wens uit dat mijn bescheiden donatie de lange nacht die je voor de boeg hebt, een klein beetje korter zal maken.

In de dagen na het Khmer Nieuwjaar deel ik mijn verhaal over het geweldige feest dat ik mocht meemaken. Duizenden mensen op een halve vierkante kilometer die elkaar met water en talkpoeder bekogelen heeft een diepe indruk achtergelaten.

Daar hoort ook jouw verhaal bij!

Een verhaal dat niet veel afwijkt van de verhalen van duizenden andere straatkinderen in Cambodja en andere delen van de wereld. Kinderen die onder erbarmelijke omstandigheden hun jeugdige jaren vullen met overleven, in de hoop ooit hun bescheiden droom te kunnen vervullen: een menswaardig leven met een vast dak boven het hoofd, een acceptabele baan en een eerlijk salaris.

Het allerbeste, kleine man uit Siem Reap, Cambodja. Je was mijn held van deze avond. Het spijt me oprecht dat ik niets anders voor je kan doen dan de hoop te koesteren dat ook jouw dromen en wensen, ooit uit mogen komen.

Michael