Daar zat ik dan! In een bijna verlaten vertrekhal, zwetend uit elke porie die je maar kunt bedenken. Mezelf af te vragen of ik terecht was gekomen in een foute versie van Maldives Candid Camera of te maken had met de keiharde realiteit. Het laatste bleek het geval.

Ik was te ver gegaan. Had duidelijk een grens overschreden. Stiekem wees ik mijn Hollandse mentaliteit als schuldige aan. ‘I’m Dutch’ gebruik ik graag om mezelf te verontschuldigen voor iets dat ik vergeet te doen, verkeerd zeg of verkeerd doe. Heeft overigens een opmerkelijk ontwapenend effect op vrijwel elke niet-Nederlander.

Compleet overrompeld wist ik nog een weeing ‘But I will miss my flight’ te produceren, maar mijn piepstemmetje maakte weinig indruk. 

Misschien zat jij inmiddels te schateren van het lachen in de teamkamer of juist huilend in een hoekje. Boos, geïrriteerd, gefrustreerd of oververmoeid, ik weet het niet. Maar je zei wat je zei en hield woord.

‘I am not going to check you in’ en weg was je.

Je liep naar achteren, waar je (zou snel blijken) je supervisor inlichtte. Wat je gezegd hebt weet ik niet, maar dat het zeer effectief was, werd snel duidelijk. Binnen drie, vier stappen stond de levensgrote man voor me. Nog voor ik een woord Hollandse mentaliteit kon uitspreken, bracht hij op strenge toon zijn boodschap over: ‘You are not going anywhere!’

Ik moest mijn koffer pakken en op een bankje ver van de incheckbalie gaan zitten. Compleet overrompeld wist ik nog een weeing ‘But I will miss my flight’ te produceren, maar mijn piepstemmetje maakte weinig indruk. Het gevolg was inherent aan de boodschap, moest hij gedacht hebben.

En waar ging het nou eigenlijk allemaal over?!

Het enige wat ik deed was jouw vragen beantwoorden met die van mij.  Ik begreep ze wel hoor, maar snapte niet waarom uitgerekend JIJ ze stelde. Het enige dat je hoefde te doen was wat nummertjes intikken en mijn boarding -pass uit te printen. Was dat nou zou moeilijk? Waarom toch al die vragen?

Je wilde weten wat ik in Bangladesh ging doen. Ik vroeg waarom je dat wilde weten, waarop je antwoordde: ‘I have to ask’. Ok, maar waarom moet je dat asken? Ik bedoel, er zal toch een reden voor zijn.

Het bleef stil, dus vertelde ik dat ik er ging werken.

“Do you have a work permit’, vroeg je. Wat is dat nou voor een vraag?! Je vinger rust op de pagina van mijn paspoort met levensgrote sticker die aangeeft::’WORK PERMIT BANGLADESH’. ‘Dat zie je toch’, was mijn belerend antwoord. Het was niet aan je te zien, maar waarschijnlijk kookte je op dat moment al.

En je had nog meer vragen…

Waar ik ging werken en voor hoelang. Waarom ik naar de Malediven was gekomen en hoe lang ik er was gebleven. Ik vond je vragen vreemd en bedacht me dat je de meeste antwoorden gewoon uit mijn paspoort kon halen. Werkgever staat erin, aankomstdatum Malediven, kom op zeg!

‘I am not going to check you in’ zei je. En zoals gezegd: weg was je.

Mijn irritatie nam een sprint en leidde tot een hoos aan vragen en statements van mijn kant: ‘Waarom stel je mij al die vragen?’, wilde ik weten. ‘Je werkt toch niet voor de immigratiedienst?’, beet ik de knaap toe. ‘Kun je niet gewoon mijn boarding-pass uitprinten, zodat ik verder kan?!’

Die laatste vraag zou de bekende druppel zijn. Die beantwoorde je in gedachte blijkbaar met een stevige: ‘Nee, dat kan ik niet, wil ik niet en doe ik niet!’.

‘I am not going to check you in’ zei je. En zoals gezegd: weg was je.

En dus zat ik daar. Mijn visum zou nog precies 10 uur geldig zijn. Geld voor een nieuw ticket had ik niet en ik moest de dag erop toch echt weer voor de klas. Ik had honger en mijn mond voelde aan als rubber. De oplossingsradartjes draaiden op volle toeren. Ik moest hoe dan ook die vlucht halen. Hoezeer ik ook naar oplossingen zocht, de conclusie kwam keihard aan: mijn lot lag in handen van iemand anders!

In mijn ooghoeken zag ik de supervisor van zijn kantoor naar de check-in-balie lopen. En weer terug…..en opnieuw. Steeds maar druk in de weer met zijn mobilofoon.

‘One passenger less’.

Zou dat zijn boodschap zijn? En zo ja: aan wie? Cabine personeel, immigratiedienst, misschien zelfs politie! Een boete, opsluiting voor onbepaalde tijd, deportatie? Zou dat mijn lot worden. Alleen maar omdat ik wat vragen niet snel, goed en vriendelijk had beantwoord me van mijn meest irritante, tegendraadse, belerende kant liet zien?

Het verlossende woord kwam aangelopen in de vorm van de supervisor. “Give me your passport’

De man was wat kalmer dan eerder (ik ook trouwens) en zijn toon was minder streng, wat ik zag als een teken van hoop. Hij liep in de richting van de check-in-balie die zich links van zijn kantoor bevond. Toen hij merkte dat ik verdwaasd en vertwijfeld achter bleef, zwaaide hij met zijn hand en beval: ‘Come!’.

Als een kleuter die terug de klas in werd gehaald, sjokte ik druipend van schuld, achter de supervisor aan. ‘Kantoor is einde oefening, incheckbalie, groen licht’, probeerde ik mezelf voor 50% gerust te stellen.  Het werd de incheckbalie, waar mijn boarding-pass klaar lag. De supervisor legde het ding op de balie en zei ‘Go!’.

Ik blies een zucht die, goed gemikt, iedereen uit evenwicht zou hebben gebracht, pakte mijn koffer en rende naar het volgende obstakel: de douane. ‘You’re late’ zei de dame, maar begon wel met het verwerken van de papieren. ‘Bek dicht, Michel’, beet ik mezelf toe: niks denken, niks vragen, niet ademen, niets uitleggen, niet wijs of bijdehand doen  en zeker niet laten merken dat het je te lang duurt en ze op moet schieten.

HE-LE-MAAL NIKS ZEGGEN, Michel!

Ik heb je vervloekt, weet je! Ik heb zelfs bij hoge uitzondering het hele verhaal (erg gechargeerd en in mijn richting) uit de doeken gedaan tegen een of andere meid die het tafereel had gezien en me vroeg wat er was gebeurd. De stoom moest eruit en ze was een gewillig luisteraar.

Dat afblazen bracht lucht, relativering en de nodige zelfreflectie. Daar had ik onderweg van de Malediven naar Bangladesh ook alle tijd voor, want slapen lukte me toch niet. Na ongeveer 45 minuten bezinning, kon ik een kort hoorbare lach niet onderdrukken. ‘Wat een toestand’, relativeerde ik. ‘Wat een kerel zeg en wat had ‘ie gelijk’, concludeerde ik. ‘Schaam je Michel, dat was echt buiten alle proporties’.

En dat doe ik! Nog steeds!

Als ik denk aan die hele situatie, vind ik het jammer dat ik je nooit in persoon heb kunnen zeggen dat ik me vreselijk gedroeg, je terecht weg bent gelopen en dat het me echt spijt!

Mijn excuses en mijn dank!

Ik was een onvoorstelbare eikel, die er geen idee van had dat je die vragen inderdaad moest stellen. Dat je mijn antwoorden moest vergelijken met de gegevens in het paspoort. Dat er voor vluchten vanuit de Malediven naar Bangladesh afwijkende regels bestonden. Ik wist dat allemaal niet….

En had ook niets uit mogen maken.

Ik had gewoon netjes en geduldig je vragen moeten beantwoorden. Me moeten realiseren dat bepaalde dingen werken zoals ze werken. Dat dit niet altijd overeenkomt met hoe ik het graag zou zien.  Dat ik gewoon lekker thuis op de bank moet gaan zitten, als dit me niet bevalt. Dat ik boven alles, waar ik ook ga ongeacht het tijdstip, in welke bui ik ook ben, tegen alles en iedereen gewoon beleefd en respectvol moet blijven.

In al die jaren dat ik inmiddels van her naar der vlieg, is dit het enige incident dat ik over me af heb geroepen, ehm…. op vliegvelden.

Bij het inchecken, de controle bij de douane, ja zelfs wanneer de stewardess mijn boarding-pass vraagt en mij de juiste stoel aanwijst (die ik zelf ook heus wel kan vinden) blijf ik kalm, beleefd, attent, zeg ik thank you en geef  ik iedereen die wat van me wil weten uitgebreid antwoord op al hun vragen!

Beste Malediefse kerel achter de incheckbalie van Sri Lankan Aiwrays:

Fijn dat het met een Malediefse sisser af mocht lopen en bedankt voor de absoluut geleerde les. Je hebt me waarschijnlijk een heel hoop ellende bespaard!

Khaadhimkum,

Michael Minnebreuker

VRAGEN, OPMERKINGEN & ANTWOORDEN