Het was mijn eerste dag op jouw eiland, Neykurendhoo. Na een rondleiding door de school, wat korte gesprekken met leraren en de directeur van je school, Kashif sir, mocht ik gelijk aan de slag. Mijn verzoek om gewoon eens een aantal kassen te observeren, werd gehonoreerd.

Het was zeven uur in de ochtend, dus in kleuters had ik nog even geen trek. Ik liep jouw groep 3 binnen en ging, na goedkeuring van je juf, zitten op de enige vrij plek in het lokaal: naast jou en je vriendje.

Jullie waren bezig met een ‘old school’ tekenles. De juf had een iets op het bord getekend, geen idee meer wat het was, en aan jullie de taak om het na te tekenen en in te kleuren.

Zijn hand schoof  beschermend over het pakje kleurpotloden, wat duidelijk maakte dat hij begreep welke snode bedoeling ik in gedachte had.

De les was al wat gevorderd en de meeste kinderen hadden de tekening nagetekend en waren nu bezig met inkleuren. Jij niet. Jij zat met je armen over elkaar te kijken hoe je vriendje enthousiast zijn tekening van kleuren voorzag. Mijn vraag in het Engels waarom jij niet aan het kleuren was, werd beantwoord met grote, glinsterende ogen die me vertelde dat je mijn vraag niet begreep.

Ik stond op, liep naar je juf en vroeg haar waarom jij niet aan het kleuren was. ‘Hij is zijn kleurpotloden vergeten, dus hij kan zijn tekening niet inkleuren”, antwoordde ze onverschillig.

Ik liep terug terug naar mijn plekje en sprak je vriendje aan op een manier waarvan ik zeker wist dat hij  me zou begrijpen: ‘Hey you….’

Met gebaren probeerde ik het idee over te brengen dat het aardig zou zijn, wanneer hij zijn kleurpotloden met jou zou delen. Zijn hand schoof  beschermend over het pakje kleurpotloden, wat duidelijk maakte dat hij begreep welke snode bedoeling ik in gedachte had.

‘Oh come on, you can share them…. right?’, zei ik, wijzend naar de kleurpotloden.

In jullie gemeenschappelijk taal werd jou iets gezegd, waarop je met een ja-knik reageerde. Voorzichtig schoof hij de kleurpotloden naar je toe om zich vervolgens weer helemaal op zijn tekening te storten. Terwijl je een kleurpotlood uit het pakje nam, draaide je jouw hoofd in mijn richting en verscheen er een verblindende glimlach op je gezicht.

Het was een moment zoals ik er duizenden in mijn carrière als leerkracht heb gekend. Een uitdaging, een bemiddeling en een oplossing. Na nog wat rond te hebben gekeken en een praatje te hebben gemaakt met je juf, begaf ik me naar de volgende groep.

Aan het eind van de dag was ik doodmoe. Zo veel nieuwe indrukken en zo veel dingen om over na te denken. Ik slofte richting de kamer die de school voor me had geregeld, plofte op bed en dommelde weg.

Klop, klop….. sir!
Klop, klop….. sir!

Kleine klopjes op de deur, vergezeld van een verlegen stem die mij uit mijn dutje haalde. Verdwaasd opende ik de deur en was klaarwakker toen ik jou daar zag staan. Zonder iets te zeggen, gebaarde je dat ik met je mee moest komen. Ik volgde slaafs.

Onderweg pakte je mijn hand beet en begon je sneller te lopen. Mijn lange benen gingen je blijkbaar niet snel genoeg. Na een minuut of vijf kwamen we bij jouw huis aan. Mijn aarzeling ging niet aan je voorbij: ‘Come, come’ beet je me toe. En dus schopte ik mijn slippers uit en volgde ik je de woonkamer in, waar een klein vrouwtje zat met voor zich een klein plastic tafeltje met koekjes en een flesje cola.

Ze stond op en nodigde me met een handgebaar uit te gaan zitten. ‘Mother’, zei je en wees in de richting van de kleine dame. Daarna was je weg en zat ik daar met je moeder. De Engelse taal was ze niet machtig, wat ze compenseerde met een constant aanwezige glimlach.

Ik at een koekje, nam een slok cola en keek wat om me heen. Ik probeerde een gesprekje aan te gaan, maar kreeg steeds als antwoord die moederlijke glimlach.

Na een minuut of vijf kwam je terug met een stapel grote schriften. Je legde ze naast me op de grond en gaf mij het bovenste schrift van de stapel. Bij het bekijken van de inhoud van dit en alle andere schriften realiseerde ik me dat ik vandaag iets bijzonders had gedaan en een vriend voor het leven had gemaakt.

In elk schrift waren prachtige tekeningen te bewonderen. Van dieren en bomen tot auto’s en gebouwen. Zeer gedetailleerd en in perfecte verhoudingen. Strakke lijnen en netjes ingekleurd. De schriftjes gaven een heel mooi beeld van jouw artistieke ontwikkeling.

Terwijl ik door de schriften heen bladerde en jou van verdiende complimentjes voorzag, zat je moeder glunderend van trots tegenover mij.

Dat lege plekje in jouw klas, werd mijn vaste stekkie en jij werd mijn nieuwe maatje uit Neykurendhoo.

‘I like very much’, bleef je maar herhalen.
‘Good? Good?, bleef je moeder vragen.

Het was duidelijk dat tekenen je favoriete bezigheid was. Dat werd beaamd door Kashif, de schooldirecteur, toen ik hem over het verhaal van de kleurpotloden en onze ontmoeting vertelde.

In de weken en maanden erna kwamen we elkaar regelmatig tegen. Op het schoolplein, op het eiland en natuurlijk in de klas. Dat lege plekje in jouw klas, werd mijn vaste stekkie en jij werd mijn nieuwe maatje uit Neykurendhoo.

Mijn werk op jouw eiland verliep plezierig maar tevens moeizaam. Zoveel te doen en tekenen van vooruitgang moest vaak met een vergrootglas worden gezocht.. In de twee jaar dat ik als ontwikkelingswerker op jouw en zes andere eilandscholen mocht werken, vroeg ik me regelmatig af waar ik het allemaal voor deed. Soms leek het alsof het allemaal nergens toe zou leidden en geen enkele invloed zou hebben. Momenten van verslagenheid, twijfel en zelfs radeloosheid waren onvermijdelijke onderdelen van mijn werk als ontwikkelingswerker.

Op die momenten moest ik altijd weer even aan jou en je vriendje denken. De verbaasde blik in zijn ogen toen hem zoiets belachelijks als potloden delen werd voorgesteld. De emotieloze en primaire reactie van je juf. De simpele oplossing waar niemand blijkbaar ooit eerder aan had gedacht. De trotse blikken van jou en je moeder tijdens het bekijken van je tekeningen. Jouw glinsterende ogen waarmee je mij trots je tekeningen liet zien.

Daaraan denken zorgde er altijd weer voor het realisme dat mijn bijdrage, hoe klein die ook soms mocht lijken, wel degelijk van betekenis kon zijn.

Vara bodu Shukeria, koko,
Michael Sir

VRAGEN, OPMERKINGEN & ANTWOORDEN