Let op! Dit artikel bevat een heleboel schuttingtaal en is God onvriendelijk en niet geschikt voor lezers die daar aanstoot aan nemen. Is dat op jouw van toepassing, dan zul je veel meer plezier beleven aan dit artikel.

“Ik heb geen kut, ik ben een man”, antwoordde de travestiet op de vraag van mijn neef hoeveel een uurtje zou kosten. Het zal ergens in 1987 zijn geweest. De Euromast was destijds een verzamelplaats van hoeren, junkies, verwijfde homo’s, overspelige hetero’s en jonge tieners zoals wij, op zoek naar spannend vermaak.

“Godverdomme”, reageerde mijn twee jaar oudere neef. En terwijl hij met links het raampje razendsnel dichtdraaide, gaf hij de glimlachende travestiet met rechts de middelvinger. Vol gas en weg waren we….richting huis, zonder kut.

En ik vond dat prima…..

Als tiener ontdekte ik namelijk al snel dat een kut me helemaal niet zo happy maakte zoals een kut mijn neef kon vermaken. Ik had er niks mee, snapte haar niet en elke poging er toch wat mee te friemelen, eindigde in een deceptie.

De kut van de freules die mij toegang verschaften tot hun meest intieme lichaamsplekje, waren te nat, te geurend, te groot, te klein of voorzien van een jungle waar zelfs een geoefend stamkrijger in zou verdwalen. Het zal wel aan mij liggen, dacht ik vaak … en dat bleek te kloppen.

En daarom besloot ik rond mijn 18e definitief alle pogingen ooit iets lekkers in een kut te ontdekken te staken. Ik ging over op de lul.

Stiekem was dat overigens al enigszins bekend terrein. Ik had al een redelijk idee dat een leven vol lullen mij veel gelukkiger zou gaan maken dan die paar kutten die ik had mogen ontdekken.

Niet alleen vanuit emotioneel oogpunt, maar ook zeker in praktische zin. Lullen zijn nu eenmaal sneller paraat, liggen binnen handbereik en ik hoef me nooit af te vragen of ‘het wel klikt’, want dat laat de lul vanzelf merken.

De lul werd, was en is het voor mij helemaal….

De enige context waarin ik de kut nog gebruik, is wanneer dingen niet gaan zoals ik ze wil….zo’n 10 tot 12 keer per dag. Hééél soms op momenten dat het niet mag en niet kan….

‘Kut!”, schreeuw ik keihard door de klas, wanneer ik, bij het zoeken naar een boek, mijn verse kop koffie omstoot. Het was eruit voor ik het me realiseerde.

Kwaad kijk ik de klas in en zeg tegen mijn oooh-bleirende, lachende en dus hypocriet huichelende zesdegroepers: “Waarom luisteren jullie naar dat soort woorden?! Schaam je! Doorgaan met je werk.”

Nee, is niet zielig, zij snappen dat….

Mijn gedachten gingen even naar Nicky uit groep 8. Hij is een zij en zou net als zijn zus ook heel graag een kut willen. Daar is hij openlijk voor uitgekomen en de manier waarop hij dat doet is zo puur en zo echt, dat zijn klasgenootjes, leraar en ouders dat helemaal voelen en daar zo menselijk mooi mee omgaan.

Toentertijd was dat (in Nederland) nog iets heel bijzonders, tegenwoordig lijkt het wel alsof elke kerel zo af en toe een kut wil hebben en heeft elke vrouw wel een dildo in de onderste la van het nachtkastje paraat. Of is dat eeen stomme vergelijking?

Enfin, terug naar mij en de kut, want je vraagt je natuurlijk af: ‘Wat bezielt die Mies om een heel verhaal te schrijven over een kut? Zo ken ik hem helemaal niet!”

Dat klopt en wie mijn nieuwsbrief ontvangt, weet nu ook waarom. Wie die niet ontvangt kent mij niet, en moet zich eerst maar eens inschrijven op mijn nieuwsbrief die ik te pas en onpas verstuur. Serieus doen, want in 2019 ga ik echt helemaal los! Hier inschrijven en de link opent in een nieuw venster, want de rest van het verhaal is net zo spannend.

Uit De Kast? Wat The Fuck Betekent Dat Nou Helemaal!

Uit de kast komen duurde bij mij 3 momenten. Nadat ik het mijn beste vriend had meegedeeld, heb ik het mijn moeder en vader verteld en daarmee was het klaar. Mijn ma wist het waarschijnlijk al, maar moest een traantje laten (shit geen kleinkinderen) en mijn pa grapte het weg en wilde er niet al te veel woorden aan vuil maken, iets dat mij prima uitkwam.

En daarna veranderde er in mijn leven….. helemaal weinig. Ik deed precies wat ik daarvoor had gedaan en bleef exact dezelfde persoon. Als iemand de moed had bijeengeraapt mij te vragen of ik homo ben, gaf ik het meest tactische antwoord dat ik kon bedenken.

Tactisch? Dus niet altijd de waarheid??

De waarheid? Ben je gek?! Zelfs op mijn 18e was ik al best een bijdehante die door dacht te hebben hoe het in de echte wereld kan werken….

En dat kwam mij later heel goed uit….

In de acht jaar dat ik op de Malediven woonde en werkte, was ik soms getrouwd met drie kinderen en soms kinderloos gescheiden. Op weer een ander eiland had ik drie vriendinnen en op het volgende eiland was ik de eeuwige vrijgezel die gewoon neukte wat neukbaar was.

Tja, wat dacht je nou: dat je als Westerse homo 8 jaar lang kunt overleven in een islamitisch land als op hetzelfde moment de roze verf van je Facebook pagina chronisch nat is? Echt niet!!

Tot op de dag van vandaag geef ik compleet vreemden (beetje a la Mark Rutte) het antwoord dat MIJ het best uitkomt en wat die compleet vreemden het liefst willen horen. Ik zie het als de prijs voor een prachtig leven waarin ik intens en ongestoord kan genieten zonder al dat simpele gezeik over mannetjes en vrouwtjes. Want laten we wel wezen….in de kern: who fucking cares?!

Mijn geaardheid is niet wat mij als mens detineert en ‘het’ verbloemen met een witte leugen is wat mij betreft helemaal ok! Dominee Gremdaad heeft dat goed gezien! Of je nu homo bent, Marokkaan, zwart, hoer of bij wat voor minderheidsgroepering je jezelf ook wilt rekenen: wil je niet constant met hetzelfde gezeik geconfronteerd worden, leer dan om je kop erover te houden of er een leuke draai aan te geven.

Ik weet het, ik weet het: ik heb makkelijk lullen….

Ik heb nooit de behoefte gehad mijzelf als homo te profileren, voor te stellen of te verdedigen voor het feit dat een lul mij beter smaakt dan een kut. Ik hoef niet voorop de paradeboot te staan, fuck, ik zou me dood schamen! Half neukend en half naakt een feestje vieren omdat je homo bent en dan klagen dat je niet serieus wordt genomen. Zou het woord ‘naïef’ een overstijgende trap kennen, had ik hem hier geschreven.

Ik ben wie ik ben en wie het moet weten, weet het. Wie het niks aan gaat mag raden of vragen. Ik ben er net zo trots op homo te zijn als elke hetero trots is hetero te zijn: nul komma nul dus.

Ik ben 1 keer in mijn leven met ‘Homo’ nageroepen en dat was toen ik 15 jaar was ofzo. Wie het was weet ik niet, maar Jezus wat goed! Hij bleek het bij het rechte eind te hebben.

Ik ben nooit gepotenramd, onvrijwillig #gemetood en ALS mensen me hebben nagestaard of nagewezen dan is me dat compleet ontgaan.

En Waarom?

Waarschijnlijk omdat ik geleerd heb mijn bek te houden. Net zoals ik geleerd heb dat je niet overal KUT kunt schreeuwen. Dat ik niet overal kan verkondigen dat God met zijn bijbel niet meer is dan de volwassen versie van Assepoester. Over veel dingen doe je er gewoon verstandig aan je mond te houden, de waarheid te verbloemen of ter bescherming van jezelf, keihard te liegen.

Bij mensen die het belangrijk vinden om te weten of ik op vrouwen of mannen val, blijf ik uit de buurt…. zongebruinde six-packers met een klein kuiltje in de kin en bij voorkeur 2 centimeter korter dan die van mij, uitgezonderd. En als die mensen exact hetzelfde doen, stel ik dat enorm op prijs.

Zucht, mensen zouden zich minder druk moeten maken over wat anderen geloven en neuken. Dan zouden we het met z’n allen een heel stuk makkelijker hebben.

2 Reacties

VRAGEN, OPMERKINGEN & ANTWOORDEN