Ik zeg DOEN, maar….

De een gaat er heel makkelijk mee om en bij anderen wakkert het een innerlijke strijd aan. Ik behoor inmiddels tot de laatste groep, maar dat was voor mijn tijd als wereldreiziger wel anders. In Nederland gaf ik liever nooit zelden iets aan bedelaars: ‘Ga maar werken‘, was vaak mijn afgestompte gedachte. De enige donatie die ik me kan herinneren was aan het Wereld Natuur Fonds. En dat was alleen maar, omdat ik als 12-jarige hoe dan ook dat (inmiddels uitgestorven) jeugdpaspoort wilde hebben.

Zelfs als leerkracht weigerde ik te buigen onder de groepsdruk van gemeenschappelijke donaties aan organisaties zoals Unicef of Save the Children. Ja, ja: ik weet het: hard, koud en fout…. maar zoals gezegd heb ik inmiddels mijn lesje geleerd…..

Een middelbare vrouw hangt wat rond voor de broodjeszaak waar ik naar binnen werd gezwaaid door een overheerlijk ogende kaas croissant. Op haar arm een slapende baby. Bij het binnengaan van van het winkeltje negeerde ik haar uitgestoken hand. Ook mijn Sri Lankaanse vriend, tevens tuk-tuk driver, besteedde geen aandacht aan  haar.

Croissant voor Michel, worstenbroodje voor Udaya, allebei een koude Nescafe koffie en nog een zak lekkere koekjes voor later op de avond.

Lopend richting tuk-tuk, negeerde ik in eerste instantie de wapperende brief die de vrouw me voorhield. Toch geprikkeld door mijn onuitputbare nieuwsgierigheid, stopte ik en vroeg aan Udaya wat voor brief dat was.

Hij pakte de brief van de vrouw aan, liet zijn blik erop vallen, waarop de vrouw in het Singhale (de lokale taal van Sri Lanka) uitleg gaf.

‘De elektriciteitsrekening’, antwoordde hij.

Ze heeft en klein huisje, drie kinderen en een baan als schoonmaakster, maar kan deze maand de rekening niet betalen.

Ik gritste de rekening uit haar handen en stelde vast dat het om iets meer dan 1500 Rupees ging, ongeveer 10 euro. De brief had een officieel briefhoofd dat ik ook nog herkende van de rekeningen die de eigenaar van mijn boarding me maandelijks liet zien. Toevallig wist ik wist ook nog precies waar men die rekeningen moet betalen.

‘Ok, let’s pay’, riep ik enthousiast en liep naar de tuk-tuk.

Terwijl vrouw, kind, baby en mies zich op de achterbank van de tuk-tuk propten, startte Udaya schuddend met zijn hoofd de tuk tuk. Op weg naar de elektriciteitsmaatschappij. Na het voldoen van de rekening, brachten Udaya en ik de vrouw en kids naar het krakkemikkige huisje, waar in ieder geval een maand lang het licht weer kon branden.

Uit Schuldgevoel, Medelijden of Sociale druk?

Er gaat geen dag voorbij waarop ik me een bevoorrecht mens voel. Ik mag de wereld zien, geweldige mensen ontmoeten, een bedrijfje runnen en genieten van vrijwel elke vreugd die het leven te bieden heeft. Ik ben zeker niet rijk, maar kan me soms een uitspatting wel verloven.

Geld geven of mensen die het wat minder hebben helpen is mijn manier om een stukje balans en realiteitszin te behouden. Ik realiseer me hierbij altijd dat mijn bijdrage een pleister op de wond is en geen definitieve oplossing.

Over mijn innerlijke drijfveer stel ik mezelf niet al te veel vagen. Wat maakt het uit of ik geef uit een gevoel van maatschappelijke saamhorigheid, schuldgevoel of gewoon uit medelijden. Ik wil het, dus doe het: aan wie ik wil en wanneer ik ervoor kies!

bedelende jonge vrouw

Geld geven of niet? Leeftijd en relaties spelen voor mij een bepalende rol!

Waar, wanneer en aan wie wel geef ik wel en niet?!

Het heeft mij best wat tijd en moeite gekost om een goede balans te vinden tussen bedellaars negeren & doorlopen en verantwoord geven. Ik heb inmiddels mijn balans gevonden en daarbij vastgesteld dat de vraag of ik wel of niet geef, afhangt van verschillende factoren.

#1 – Er moet een vorm van relatie kunnen ontstaan

Ik verblijf doorgaans vrij lang op dezelfde plek en kom dan ook vaak dezelfde bedelaars, zwervers en junkies tegen. Zij houden alles scherp in de gaten, kennen de buurt en de stad. Ze weten  precies waar wat te vinden is en welke ongeschreven regels voor mij handig zijn om te weten. Ik maak daarom graag een praatje en neem advies dat zij mij geven ter harte. Soms nodig ik ze uit voor een kop koffie of een maaltijd en een enkele keer trekken we naar de markt om wat kleding te kopen. Er ontstaat een soort van relatie waarbij ik niet alleen de goedgevige man ben, maar waarin ook zij een gelijkwaardige bijdrage leveren.

Bedelaars die ik tegenkom wanneer ik me van A naar B verplaats ben ik sneller geneigd te negeren. Er is vaak geen tijd voor een praatje en de kans dat ik die persoon nooit meer tegenkom is minimaal.

#2 – Afhankelijk van het land

In Zuid-Amerika komen veel mensen op straat terecht door drugsgebruik of na gevangenisstraffen. Bedelaars zijn daar soms ook onderdeel van een bende die er op it is toeristen van hun kostbaarheden te beroven. In Zuid-Amerika ben ik meer op mijn hoede en zal ik minder snel pas op de plaats maken om iemand iets te geven.

In Azië zijn bedelaars vaak mensen die op straat terecht komen door het wegvallen van familie en het ontbreken van een goed sociaal netwerk. Zij hebben vaak geen andere mogelijkheden en zijn aangewezen op bedelen. In Azie ben ik sneller geneigd iets te geven en een praatje te maken.

#3 – Afhankelijk van de locatie

Voor de moskee die zich in de buurt van mijn accommodatie in Sri Lanka bevond, zaten altijd wel 5 tot 10 mensen te bedelen. ‘Die zitten daar niet voor mij’, was altijd mijn gedachte en gaf ik nooit iets. In Siem Reap, Cambodja liepen ’s nachts in Pub Street bedelende kinderen rond, terwijl in de rest van Siem reap geen bedelend kind te bespeuren was. Voor een enkeling kost ik soms een maaltijd, maar geld geven was niet aan de orde.

Zijn er net iets teveel bedelaars op een bepaalde locatie, dan gaan de alarmbellen af. Het is in die gevallen niet ondenkbaar dat deze bedelaars bedelen uit noodzaak, maar behoren bij een (al dan niet crimineel) georganiseerde groep en feitelijk van het bedelen hun werk hebben gemaakt.

#4 – Afhankelijk van godsdienst

Met godsdienst heb ik niets. Ik vind het interessant en zelfs ‘iets goeds’ maar daar houdt het verder ook wel mee op. Ik kan een kerk, moskee of tempel binnenwandelen en zal dan voor elk gebouw dezelfde waardering tonen. Ik probeer zo goed ik kan allerlei religieuze wetten en regels te respecteren en na te leven en vind het prima om (tot een bepaalde hoogte) mee te gaan in godsdienstige rituelen. Allemaal onder voorwaarde dat het door mij getoonde respect, wederzijds wordt beantwoord.

Met hier en daar een uitzondering, want zo zit het praktisch leven nu eenmaal in elkaar, geef ik niet aan monniken en laat geen donaties in kerken, moskeeën of tempels achter en zal me ook niet geroepen voelen om religieuze benodigdheden aan te schaffen.

#5 – Afhankelijk van de leeftijd

Een van de makkelijkste in te schatten kenmerken van een persoon, is de leeftijdsgroep. Mij helpt het inschatten van de leeftijd bij het bepalen of ik wel of niets iets wil geven.

  • Ouderen en minder validen

    Ouderen en minder-validen hebben in veel landen maar bar weinig mogelijkheden om geld te verdienen. De meesten zijn geheel afhankelijk van familie. Valt die familie, om welke reden dan ook weg, dan is bedelen een van de weinige alternatieven.

    Ik geef graag een extra centje aan ouderen en minder-validen, omdat ik vrijwel zeker weet dat het geld goed besteed is. Ouderen geef ik uit respect vrijwel altijd geld en nooit een maaltijd. Ouderen kwakkelen vaak met hun gezondheid en de kans dat ik eten koop dat problemen oplevert is groter dan bij andere leeftijdsgroepen. Ze meezeulen naar de markt of eettentje levert weer teveel gedoe op, dus als ik geef, dan geef ik geld..

  • ‘Gewone’ Kinderen

    Voor mij en met mij velen, een absolute achillespees. Het kost me toch altijd wat moeite om de uitgestrekte hand van een bedelend kind te negeren. Om meerdere reden lukt het me echter meestal wel. Kinderen horen op school te zijn, klusjes in het huis te doen, met hun vriendjes en vriendinnetjes te spelen. Voetballen, zwemmen of in een boom klimmen.

  • Straatkinderen

    Ja, inderdaad: ik maak onderscheid tussen kinderen die ergens een vorm van onderdak hebben en kinderen die echt op straat leven. Het herkennen van kinderen uit deze twee groepen, is natuurlijk erg lastig. Ik verblijf doorgaans langere tijd op dezelfde locatie, waardoor het na makkelijk is deze twee groepen kinderen te onderscheiden.

    Als ik iets geef aan straatkinderen, dan is het meestal een maaltijd of een zak fruit, soms geld en in uitzonderlijke gevallen bezoeken we de markt om kleding te kopen. In Cambodja sleurde ik een groep straatkinderen mee naar de kapper op de hoek en in Bangladesh dropte ik een knaap met een extreem opgezwollen oog bij de Eerste Hulp van het lokale ziekenhuis.

    In tegenstelling tot ouderen, hebben straatkinderen nog een heel leven voor zich.Door tijdens hun harde leventje zo af en toe de zon te laten zien, blijft de vlam van hoop en doorzetten misschien net wat langer. Voor een enkel straatkind wellicht lag en heftig genoeg om zichzelf uit zijn of haar meestal uitzichtloze positie te bevrijdden.

    Meer over de vraag of je straatkinderen wel of geen geld moet geven, lees je in het ethisch dilemma Straatkinderen wel of geen geld geven? 
  • Moeders met kinderen

    Mijn verhaal over de elektriciteitsrekening hierboven mag misschien een andere indruk geven, maar moeders met kinderen op hun arm, roepen bij mij een bepaalde weerstand op. Aan het begin van mijn carrière als wereldburger schoot nog wel eens de gedachte ‘Dan moet maar je geen kinderen nemen’ te binnen, maar inmiddels weet ik dat die gedachte behoorlijk kort door de bocht was.

    Toch vind ik dat moeders met kinderen, zelfs in schrijnende situaties, meer in staat zijn andere keuzes te maken dan bijvoorbeeld ouderen of minder-validen. Bovenstaand verhaal was daarom een absolute uitzondering.

  • Jongeren

    Jongeren moeten naar school en als dat niet kan, gewoon gaan werken. Een gedachte die overigens door de realiteit wordt beaamd. Ik kom namelijk zelden bedelende jongeren tegen.

    Wel zie ik jongens van nog geen 13 jaar werken onder zware omstandigheden, bijvoorbeeld in de bouw, de visserij op markten of fabrieken. Jongeren worden vaak ingezet als goedkope arbeidskrachten. Ze maken lange uren tegen een hongerloontje. Dat is triest, oneerlijk en het is goed dat zich tientallen organisaties inzetten om hierin verandering te brengen, maar het is ook realiteit.

    Jongeren, zelfs in armere landen, hebben een keus. Kiezen ze ervoor om te bedelen, dan is dat in mijn ogen de verkeerde en zal ik ze daarvoor niet belonen.

  • Goede doelen

    Tijdens het werken als ontwikkelingswerker op de Malediven, stelde ik aan de organisatie waar ik voor werkte voor om de verplichte reis naar een bijeenkomst op het hoofdeiland, per boot in plaats van het vliegtuig te maken. Dat zou 90 euro hebben gescheeld (keer 80 vrijwilligers in dezelfde positie als ik), maar was niet volgens de richtlijnen en werd dus zonder verdere discussie afgewezen.

    De reden dat ik in Nederland nooit gaf aan goede doelen, is omdat ik zeker wil weten dat mijn geld wordt gebruikt voor het doel waar het voor bedoeld is. Als ik geld zou geven aan ‘Save the Children’ dan wil ik dat er boeken worden gekocht, schoolgeld wordt betaald, kleding en eten wordt geregeld.Geld uit donaties wordt echter ook gebruikt voor het betalen van beroepskrachten, belasting af te dragen, lokale politici om te kopen, auto’s te huren, vliegtickets te betalen en wat al niet meer.

    Mijn idee dat er veel geld onnodig an de strijkstok blijft hangen, werd tijdens mijn periode als ontwikkelingswerker meermaals  bevestigd.  Het enige overblijfsel uit de periode dat ik nooit aan niemand gaf, is dat ik nog steeds niets geef aan grote ontwikkelingsorganisatie.

    Ik laat mijn donatie dan liever ter plekke achter bij kleine lokale instellingen waar ik met eigen ogen zie of merk dat mijn geld wordt gebruikt voor het doel dat ik voro ogen heb of in ieder geval terechtkomt in de lokale economie.

Praktisch tips voor het omgaan met bedelaars

Je gaat ze tegenkomen en je zult er mee om moeten gaan. Hoe je dit doet, hangt af van eerdere ervaringen, je kijk op de maatschappij, godsdienst en wat al niet meer. Je gevoel volgen kan je heel veel geld gaan kosten of een knagend gevoel van spijt en berouw opleveren.

  1. Bedenk een standaard benadering
    Vraag jezelf af hoe je in principe om wilt gaan met bedelaars: welke groepen komen in aanmerking en welke niet? Je hebt dan een mooi basis om jezelf aan vast te houden en waar je natuurlijk na goed overwegen, altijd bij uitzondering van af mag wijken.
  2. Negeer bedelaars niet
    Kijk ze aan en geef een knik met je hoofd of zeg hallo. Die knik kan ook tegelijk een teken zijn dat je niets zult geven. Door de bedelaar even aan te kijken en vervolgens nee te schudden, erken je zijn of haar aanwezigheid en breng je gelijk jouw boodschap over. Onthoud dat het gewoon mensen zijn  die jou geen aanleiding hebben gegeven hen respectloos te behandelen.Ok, ik weet het: in gebieden waar je om de twee minuten wordt aangesproken door een bedelaar een loze tip. Maar doorgaans zul je bedelaars niet in drommen tegenkomen.
  3. Spreekt geld geven je niet aan?
    Geef een maaltijd, een zak fruit of kleding. Voel je niet te te groot om iemand mee te nemen naar de markt in de buurt en hem of haar zelf wat eten of kleding uit te laten kiezen.
  4. Geef steeds aan dezelfde persoon
    Bedelaars hebben vaak hun eigen stekkie waar ze dagelijks te vinden zijn. Kies een specifiek person uit en geef allen aan die persoon. Je kunt dan andere bedelaars negeren, want je hebt immers je al jouw eigen ‘goede doel’ gevonden.
  5. Geef nooit ‘spontaan’
    Je gaat ze tegenkomen en je zult er mee ongaan: denk er dus vooraf eens over na. Geef nooit in situaties waar je jezelf overvallen
  6. Aanraken is verboden!
    Zoals gezegd zijn bedelaars ook gewoon mensen en gelden er ook voor hen normale omgangsvormen. Iemand zomaar op straat vastpakken of achterna lopen is not-done: ook niet voor bedelaars! Wees kordaat in je reactie en geef kalm maar glashelder aan dat je niet van dat gedrag gediend bent.
  7. Tot slot: niet geven is ALTIJD goed! 
    Geven voelt goed, maar kan je in sommige gevallen ook in de problemen brengen. Mensen die bijvoorbeeld aan je blijven kleven, bedelaars dei je herkennen en die ene keer dat je hebt gegeven nooit meer vergeven. Anderen die zien dat je wat te besteden hebt en je gaan zien als een potentieel doelwit van bijvoorbeeld een beroving.  Geef je niets, dan doe niets anders dan wat de meesten doen: voorbijlopen en verder gaan met je eigen leven. Daar is niets is mee, al voelt dat misschien anders. Jij bepaalt of je geeft, aan wie en wanneer. 

Bedelen is van alle tijden, komt in verschillende vormen en heeft uiteenlopende oorzaken. Vaak krijg jij als passerende toerist in micro-vorm te maken met de gevolgen van grotere maatschappelijke problemen in een land.

Door te geven help je niet mee aan het oplossen van die maatschappelijke problemen. Wel maak je het leven van iemand die zich in een nare situatie bevindt net wat meer verteerbaar. Daarnaast mag je ook best hardop erkennen dat Goed Doen, Goed Voelt!