Toeristen die wat centen in de handen van een straatkind proppen, worden vaak door welzijnsorganisaties streng op de vingers getikt. Bloggers, journalisten en wereldverbeteraars nemen deze vermanende toon slaafs over en doen er vaak nog een schepje bovenop.

Na een korte opsomming van de inmiddels overbekende argumenten, komen ze stuk voor stuk tot dezelfde kortzichtige conclusie: geld geven aan straatkinderen draagt niets bij aan het oplossen van hun problemen……

Wat ze vergeten te vermelden is dat GEEN geld geven, óók niets bijdraagt aan een oplossing. Sterker nog: in veel gevallen worden de problemen van veel straatkinderen alleen nog maar groter!

Hoogste tijd om de andere helft te belichten van deze 5 meest gebruikte argumenten om géén geld aan straatkinderen te geven:

#1 – Kinderen worden verminkt, zodat ze meer geld ophalen bij het bedelen

Ja, dit komt voor, maar in specifieke landen en gebieden.

In het overgrote deel van de wereld komen deze gruwelpraktijken helemaal niet voor. Daar zijn ondervoeding, ziekten, ongelukken, drugsgebruik of huiselijk geweld de meest voorkomende oorzaken van verminkingen en handicaps.

Voor de gebieden waar kinderen wél opzettelijk verminkt worden om zo meer bedelgeld op te halen, komen de donaties vaak voor het overgrote deel van de lokale bevolking en niet uit de zakken van dat handjevolle toeristen. Dat je als toerist meer aangesproken wordt dan een local, komt met name doordat toeristen vaak hogere bedragen geven dan de locals.

straatkinderen

Op de meeste plekken in de wereld komen gruwelijke verminkingen niet voor

Ook in deze landen hebben de locals het met deze kinderen te doen en stoppen ze hen soms wat geld toe. Naast empathie, bestaat er vaak ook een religieuse verplichting om armen en minder validen te helpen. Terwijl organisaties ons willen doen geloven dat wij als toerist de oorzaak zijn van deze gruwelijkheden, zijn het feitelijk de lokale tradities en locals die er mede toe bijdragen dat kinderen verminkt worden om meer bedelgeld op te halen.

Het geschetste beeld dat overal ter wereld kinderen worden verminkt omdat vrijgevige toeristen maar geld blijven geven, klopt simpelweg niet!

#2 – Kinderen gaan niet naar school, omdat ze moeten bedelen.

Dat ligt toch echt genuanceerder!

Ouders moeten vaak behoorlijke kosten maken om hun kinderen naar school te kunnen sturen. Zo moet er in veel gevallen een uniform worden gekocht en soms moet er een kleine schoolbijdrage worden betaald. Die schoolbijdrage is vaak niet door de overheid ingesteld, en bestaat officieel dus niet, maar wordt bepaald door de school zelf. Vanuit de overheid komt vaak zo weinig geld naar de school toe, dat zij niets anders kunnen doen dan een kleine financiële bijdrage aan de ouders te vragen.

Basisschool in Real, Village, Siem Reap, Cambodja

Mijn groepje 6 in Real Village, Siem Reap, Cambodja

Net als in Nederland willen ook ouders van kinderen in ontwikkelingslanden hun kind graag naar school sturen. Er moet dan wel wat geld beschikbaar zijn om de minimale kosten te dekken, zoals het uniform, schriften, boeken en pennen. Ouders die met veel moeite een hutje van platen en karton hebben weten te bouwen, hebben eenvoudigweg niet het geld om ook nog eens deze kosten op te hoesten.

Kinderen uit deze gezinnen moeten dan vaak meehelpen om letterlijk brood op tafel te krijgen. Wanneer het gezin een stukje grond heeft, dan helpen kinderen mee met op het land. Is er geen grond, dan pakken deze kinderen elk klusje aan dat ze kunnen vinden, bijvoorbeeld werken op de markt of lege flessen en karton verzamelen. Kunnen ze echt geen baantje vinden, dan blijft er niet veel anders meer over dan te bedelen.

Kortom: kinderen bedelen, omdat ze niet naar school kunnen….en meestal niet andersom!

#3 – Stoppen met geld geven, brengt een oplossing dichterbij

Een mooie, maar naïeve gedachte!

Bedelende kinderen bestaan sinds het begin van onze jaartelling en ver daarvoor. Het is een triest, maar realistisch onderdeel van het wereldtoneel. Het is een illusie dat door geen geld te geven aan straatkinderen, het probleem wordt opgelost.

Organisaties die aangeven dat men bedelende kinderen geen geld moet geven, willen je graag laten geloven dat wanneer deze kinderen geen geld meer krijgen, ze terechtkomen in de schoolbanken. Niets is minder waar.De problemen waar deze kinderen mee te maken hebben, blijven namelijk gewoon bestaan. Sterker nog: ze kunnen zelfs worden vergroot.

Kinderen die met bedelen niets meer verdienen, gaan echt niet terug naar de schoolbanken. Ze zoeken andere bronnen van inkomsten en komen dan vaak terecht in de criminaliteit of prostitutie.

#4 – Kinderen gebruiken het geld alleen maar om drugs te kopen

Maar ze eten & drinken ook gewoon!

Er zijn inderdaad kinderen die drugs gebruiken om de sleur te doorbreken en om in slaap te vallen. Vaak snuiven ze lijm of roken ze een aftreksel van wat wij kennen als marihuana. Lijm is meestal overal te koop en ook nog eens tegen een zeer lage prijs. Voor minder dan een dollar kan met gemak een tube lijm worden gekocht.

Dit betekent echter niet dat deze kinderen niet eten en drinken.

Geld dat deze kinderen ‘verdienen’ met bedelen zal vaak in eerste instantie worden gebruikt om in de eerste levensbehoefte te voorzien. Vaak wordt hierbij het eten dat ze kopen, gedeeld met broertjes, zusjes of andere kinderen uit de groep waarin zij leven.

Omdat kinderen weten dat de periode erna vaak in een roes wordt doorgebracht, geven ze vaak het gros van het bedelgeld uit aan eten en wordt een klein deel gereserveerd voor bijvoorbeeld een tube lijm.

Ook hier geldt dat het een illusie is te denken dat kinderen die met bedelen niets meer ophalen, ook plotseling stoppen met het gebruik van verdovende middelen.

Juist deze kinderen zullen, wanneer ze met bedelen niets meer kunnen verdienen, terechtkomen in de criminliteit en daarmee voor veel meer overlast zorgen dan wanneer ze bedelen.

#5 – Kinderen moeten hun bedelgeld afstaan aan volwassenen

Klopt, maar niet altijd aan smerige enge mannetjes!

Niet alle kinderen die bedelen,  zijn dakloos. Sterker nog: de meeste wonen samen met familie in krottenwijken, slums of hutjes die ze van stalen platen, karton of ander materiaal hebben gemaakt.

Meestal wonen deze kinderen aan de rand of ver buiten de grote stad en trekken ze samen met andere kinderen het centrum in om geld te verdienen. Zodra er voldoende is verdiend, gaan ze terug naar huis, waar ze het geld inderdaad afdragen: aan hun ouders.

Kinderen die echt op straat leven, zwerven meestal niet door de hele stad, maar hebben hun eigen stekkie, dat ze vaak kennen als hun broekzak. Lokale winkeliers en buurtbewoners schakelen deze kinderen vaak in wanneer er ze werk hebben voor deze kinderen of wanneer er klusjes gedaan moeten worden. De kids hebben hun eigen territorium en daarin gelden de regels van de straat, de buurt en de groep.

Werkende kinderen

Brood op de plank…

Wanneer er kinderen van buiten de stad komen en binnen een gevestigd territorium geld willen verdienen, ontstaan er problemen. Ze pikken immers baantjes, klusjes en inkomsten af van de kinderen uit de buurt. Om toch binnen het territorium te mogen werken of bedelen, betalen deze kinderen vaak een bedrag aan een gezaghebbend persoon uit de buurt. Vaak zijn dit mensen die regelmatig werk of klusjes voor de kiinderen hebben en waar de kinderen dus min of meer afhankelijk van zijn.

Dit soort constructies zit behoorlijk ingewikkeld in elkaar. Begrijpen hoe zoiets in de praktijk werkt en wie de spilfiguren zijn, kan maanden duren. Als toerist zul je hier zeker geen enkel benul van hebben en mogelijk onterecht de indruk worden gewekt dat deze kinderen al hun geld moeten afdragen, terwijl ze feitelijk een stukje van hun inkomsten afstaan om de buurt klusjes te kunnen doen of te bedelen.

Ok, ik zou het heel graag anders zien, maar de bewering dat kinderen al hun verdiensten moeten afstaan aan totaal vreemden, zonder dat ze hier iets voor terug krijgen, is meestal niet correct.

Waarom roepen hulporganisaties dan op om geen geld te geven?

Hulporganisaties schatten de invloed die zij hebben, vaak veel te hoog in. Zij bereiken vaak maar een heel klein deel van alle straatkinderen binnen het gebied waarin zij opereren.  Daar komt bij dat niet alle straatkinderen die zij aanspreken geholpen kunnen of willen worden.

Tot slot is het trieste relaas dat wanneer kinderen eenmaal onder de vleugels van een organsiatie zijn, dit geen garantie is op succes. Veel kinderen komen -om uiteenlopende redenen- vaak gewoon weer op straat terecht. Die kinderen zijn erbij gebaat dat mensen blijven helpen en blijven geven.

Donaties

Hulporganisaties zijn grotendeels afhankelijk van donaties. Zij geven aan dat donaties aan straatkinderen, beter besteed zouden zijn via hun organisatie. Zij betalen hiervan scholing, medische zorg en voorlichting.  Klopt helemaal, maar alleen voor de kinderen die onder de vleugels van deze organsiatie terecht zijn gekomen! Niet voor al die andere kinderen die gewoon dagelijks moeten zien te overleven.

blijf geven

Blijf geven…

Laat me duidelijk zijn: elke organisatie die zich inzet voor een betere toekomst voor straatkinderen, verdient alle lof en ondersteuning. De harde werkelijkheid is helaas dat de invloed van deze organisatie, zeker wanneer je kijkt naar het totaal aantal straatkinderen in een bepaald gebied, zeer minimaal is.

Geen geld geven kan kinderen juist langer op straat houden!

Wanneer kinderen, om welke reden dan ook, niet in staat zijn om naar school te gaan, wordt van ze verwacht dat zij –net als elk ander gezinslid- bijdragen aan het levensonderhoud van het gezin.

Dit betekent dat ouders vaak hun kinderen op pad sturen met maar 1 boodschap: kom pas terug naar huis, zodra je genoeg geld hebt verdiend of levensmiddelen hebt gekocht.

Naar westerse maatstaven is dit natuurlijk een gruwelijke fenomeen, maar in veel arme gezinnen een normale manier om ervoor te zorgen dat ieder lid van het gezin zijn of haar steentje bijdraagt aan het levensonderhoud.

Kinderen hebben van nature de drang om goed te zijn, goed te doen en zoeken alles behalve problemen. Dat geld voor kinderen van Peru tot Cambodja en van Zuid-Afrika tot Nederland.

Ik blijf gewoon geven!

Zoals die avond in siem Reap, Cambodja….

Niet altijd, niet aan iedereen en ook niet alleen aan straatkinderen. Ik los daarmee geen wereldproblemen op, maar maak voor een enkel individu het dagelijks leven net wat makkelijker te verteren.